Kennisbank
Coördinatenstelsels en hoogtereferenties
Een model is pas bruikbaar als het in hetzelfde stelsel staat als de machine. Welke stelsels en hoogtereferenties per land gangbaar zijn, wat een lokale kalibratie doet en wat er gebeurt bij een verkeerde keuze.


Twee referenties: ligging en hoogte
Elke coördinaat in een model bestaat uit een ligging (X en Y, of oost en noord) en een hoogte (Z). Voor beide is een referentie nodig. De ligging staat in een coördinatenstelsel met een eigen projectie; de hoogte wordt gemeten ten opzichte van een nationaal hoogtedatum, meestal gekoppeld aan een gemiddeld zeeniveau.
GNSS-ontvangers meten van nature in een wereldwijd stelsel (ETRS89 in Europa) met een ellipsoïdische hoogte. De machinesturing rekent die metingen om naar het nationale stelsel en, via een geoïdemodel, naar de nationale hoogte. Het model moet in exact datzelfde stelsel staan.
Gangbare stelsels per land
Hieronder de stelsels die in de praktijk het vaakst op plannen voorkomen. Een project kan altijd in een ander of lokaal stelsel getekend zijn; daarom vragen we dit steeds na.
- België: Belgian Lambert 72 of Lambert 2008, hoogte TAW/DNG (Oostende).
- Nederland: RD New (Amersfoort), hoogte NAP.
- Frankrijk: Lambert-93 of een van de conische zones CC42 tot CC50, hoogte NGF-IGN69.
- Duitsland: ETRS89 / UTM (zone 32 of 33), hoogte DHHN2016.
- Luxemburg: LUREF (Luxembourg TM), hoogte NG95.
- Verenigd Koninkrijk: OSGB36 / British National Grid, hoogte ODN (Newlyn).
- Zwitserland: CH1903+ / LV95, hoogte LN02.
- Andere Europese landen: vaak ETRS89 / UTM in de juiste zone, met EVRF2007 of een nationaal hoogtesysteem.
Lokale werfkalibratie
Op veel werven wordt niet rechtstreeks in het nationale stelsel gewerkt, maar met een lokale kalibratie (ook lokalisatie genoemd). Daarbij worden enkele gekende punten op de werf ingemeten en wordt een kleine verschuiving, rotatie en eventueel schaal berekend zodat de GNSS-metingen exact op die punten aansluiten.
Een kalibratie compenseert onnauwkeurigheden in oude plannen of in de omzetting tussen stelsels, maar ze geldt enkel binnen het gebied van de gebruikte punten. Buiten dat gebied kunnen afwijkingen snel oplopen. Het opzetten en beheren van de kalibratie op de machine blijft de verantwoordelijkheid van de aannemer of diens landmeter; wij zorgen dat het model in het afgesproken stelsel staat.
Wat er misgaat bij een verkeerd stelsel
Een verkeerd stelsel geeft zelden een foutmelding. Het model wordt gewoon ingelezen, maar ligt op de verkeerde plaats of op de verkeerde hoogte. De gevolgen variëren:
- Een volledig ander stelsel plaatst het model kilometers verder of zelfs in een ander land; de machine vindt het niet terug.
- Twee verwante stelsels (bijvoorbeeld twee versies van een nationaal stelsel) geven een verschuiving van enkele centimeters tot honderden meters.
- Een verkeerde hoogtereferentie of ontbrekend geoïdemodel geeft een hoogtefout van centimeters tot meer dan een meter, die op het scherm niet opvalt.
- Daarom: controleer voor de start altijd op een gekend punt, zowel in ligging als in hoogte.